‹ Bekijk alle inspiratie blogberichten

Marian Mudder: ‘Ik zie mijn gemis ook als iets moois’

Sterven is een van de weinige zekerheden in het leven. Wat automatisch betekent dat ieder van ons te maken krijgt met verlies. We stelden actrice, schrijfster en coach Marian Mudder vijf vragen over het omgaan met zulk verdriet.

1. Welk verlies heeft op jou de meeste impact gehad?

“Vijftien jaar geleden overleed mijn beste vriendin Yvette na een dramatisch ziekbed van een jaar. Eigenlijk was vanaf het begin al duidelijk dat het terminaal was, al werd mij dat pas maanden later duidelijk. Ik schoot in eerste instantie in
een soort vechtmodus: ‘Schouders eronder, we gaan hier uitkomen’. Een paar maanden voor haar dood besefte ik dat het hopeloos was. Vanaf toen ben ik emotioneel heel dicht bij haar gebleven, op een zachtere manier. Ik wilde haar helpen en er voor haar zijn, omdat ik zag hoe moeilijk ze het had. Toen ze uiteindelijk overleed, was dat ergens ook een opluchting.”

2. Hoe was het om afscheid te nemen?

“We bespraken altijd alles en konden uren kletsen, maar in die laatste maanden hebben we eigenlijk nauwelijks gepraat over haar naderende dood. Dat kon ze ook helemaal niet. Wel is er een moment geweest waarvan we allebei wisten: dit is ons afscheid. Ze pakte me vast en streelde mijn gezicht. We huilden allebei. Er is geen woord gezegd. Dat was op dat moment ook niet nodig om elkaar te begrijpen.”

3. Welke les heb jij geleerd over verlies?

“’In sommige gevallen is de dood je vriend,’ zei een collega jaren geleden tegen mij. Zo heb ik het ook ervaren. Natuurlijk is dit niet altijd het geval. Wanneer iemand plotseling uit het leven geplukt wordt, is dat afschuwelijk en niet te bevatten. Maar wanneer iemands leven een lijdensweg is geworden, kan de dood ook verlichting geven. Iets zijn om naar uit te kijken. Dat was zo bij Yvette, maar ook bij mijn vader die jaren geleden na een ziekbed van acht jaar overleed. De dood was welkom bij hen, omdat het een einde van het lijden betekende. Ik heb mezelf daarin altijd weggecijferd. Mijn verdriet, het gemis of de angst om zonder iemand verder te moeten leven is ondergeschikt aan de pijn die zij hebben gevoeld voor hun overlijden.”

4. Maakt die wetenschap het rouwproces makkelijker?

“Ja, dat denk ik wel. Toen mijn vader overleed, zat ik die avond in mijn eentje op het strand. Ik keek naar de horizon en bedacht me dat ik wilde weten hoe het met hem was. Volkomen irrationeel natuurlijk, maar op het moment dat ik het bedacht, werd ik helemaal gelukkig. Toen wist ik: het is goed zo. Zijn lijden is voorbij. Toen mijn vriendin overleed, was dit anders,
omdat zij nog zoveel leven voor zich had. Ook al wist ik diep van binnen dat de dood voor haar ook een verlossing was, gaf dat mij geen steun in die eerste periode. Ik kan me ook niet herinneren wat wél.”

5. Is rouw iets wat je ooit echt kunt verwerken?

“Er is een verschil tussen de rauwe pijn die ik toen voelde en wat ik nu voel. Die eerste periode ga je door dat afschuwelijke proces van ongeloof, pijn en boosheid. Niets kan je daar uithalen. Dat moet je uitzieken, en dat kost tijd. Wat ik nu voel is, een soort zoet verlangen. Ik mis Yvette verschrikkelijk, zij was mijn zielsverwant. Nog steeds kan ik in huilen uitbarsten of enorm melancholisch worden. Maar die scherpe pijn voel ik niet meer. Ik zie mijn gemis ook als iets moois. Het is een voortzetting van mijn liefde voor haar. Als ik naar een film of voorstelling ga die zij geweldig had gevonden, zeg ik haar naam hardop en denk ik aan haar. Op die manier beleven we het nog steeds een beetje samen.”